Grafzerkenboekje

In 2012 heeft de VVM ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan een boekje in samenwerking met de Stichting Oude Groninger Kerken als nr. 10 in de kerkhovenreeks uitgegeven. Zie onderstaande afbeelding.

GrafzerkenMartinikerk

 

Na het verschijnen van het boekje heeft de mede-auteur Jaap Beintema nader onderzoek gedaan naar grafzerken die verplaatst waren naar de A-kerk en uit de Nieuwe Kerk kwamen. Het resultaat van zijn werkzaamheden vindt u hieronder. 

 

VERPLAATSTE GRAFZERKEN TIJDENS DE RESTAURATIE VAN DE MARTINIKERK

 

Een archeologische studie door J.J.Beintema

 

Samenvatting

           

De Martinikerk is gerestaureerd in de jaren 1962 – 1975. Tijdens de restauratie zijn veel zerken verplaatst naar andere locaties met weinig tot geen schriftelijke documentatie over deze verplaatsingen, met uitzondering van een aantal foto’s, een tekening en enkele plattegronden.

Een poging om de historie van deze verplaatsingen te reconstrueren is vergelijkbaar met archeologisch onderzoek. Hieronder volgt een samenvatting van deze historie op basis van die beperkte gegevens.

Met betrekking tot het hoogkoor zijn er geen aanwijzingen over verplaatsingen. In het lage deel van het hoogkoor zijn een aantal zerken “verdwenen”.

In de kooromgang zijn een aantal zerken uit de Nieuwe Kerk en uit de voormalige Noordelijke ingang van de kerk bijgeplaatst. 23 zerken uit het zuidertransept en mogelijk een onbekend vergelijkbaar aantal uit het noordertransept van het schip van de kerk zijn naar de kooromgang verplaatst.

In 1970 was de restauratie van het koor van de kerk en van de Noorderkapel gereed gekomen en werden geen zerken meer naar die ruimtes verplaatst.

De vloer van het schip van de kerk bestaat uit een houten gedeelte (waaronder tot en met de preekstoel geen zerken meer aanwezig zijn) en het transept, waar ongeveer 110 zerken te vinden zijn. Deze zerken moeten voor een groot deel afkomstig zijn van onder de houten vloer die bij de restauratie verwijderd is.

Maar onder die houten vloer lagen er zoveel, dat een aantal zerken verplaatst is naar de Der Aa-kerk tijdens de restauratie van deze kerk. Andere zijn geplaatst buiten de Martinikerk aan de noordzijde.

Er zijn foto’s van een aantal zerken die gevonden zijn onder de verwijderde vloer en die na de restauratie in het transept zijn geplaatst.

Om de verwijzingen naar het werk van Pathuis (Groninger Gedenkwaardigheden) te kunnen volgen is het boekje met plattegronden onder Noot 2 aan te bevelen.

 

                                                           x x x x x

 

KOOR

           

De verhoging van het hoogkoor die verwijderd was in de dertiger jaren is tijdens de restauratie weer aangebracht. Dit is min of meer de situatie van omstreeks 1923 toen het koor ook is gerestaureerd.

Het is niet bekend dat wijzigingen zijn aangebracht in de locatie van de mooie serie grafzerken in het hoogkoor. Wel is de steen met het opschrift “Dit is de ingange van de e.e. EGBERT ALBERDA kelder’’ (GDW 1513 [3]), die naast zerk 1.2.01 (GDW 1517) [4] lag, verplaatst naar het transept (3.1.18, omcirkeld in de figuur).

In het “laagkoor” zijn wel mutaties aangebracht. Op een plattegrond uit 1961 staan vier zerken, die na de restauratie niet meer zijn terug geplaatst. Verder is in de 2.1 serie een blanco zerk ingevoegd met enkel het grafnummer 99 (2.1.03). De door Feith et al [4] in 1910 vermelde zerken met grafschriften konden met één uitzondering nu nog gelokaliseerd worden, behalve vier waarvan Pathuis [3] al vermeldde dat ze niet meer aanwezig waren. Een voorzichtige aanname is dat deze niet terug geplaatste zerken elders nog in de kerk aanwezig zijn. Ze zijn te zien op foto’s uit 1923 en 1937 [1]. Maar het is niet gelukt om deze te lokaliseren.

KOOROMGANG

Op een aantal foto’s en een tekening [1] is weinig herkenbaar met de huidige situatie. Een ruwe schatting geeft als resultaat dat voor de restauratie niet meer dan ongeveer 50 zerken zich in de kooromgang bevonden, terwijl het er nu ongeveer 140 zijn [2]. Waar komen die extra zerken vandaan? Allereerst heeft Pathuis al in zijn overzicht vermeld dat vier zerken uit de Nieuwe Kerk geplaatst zijn in het noordwestelijke deel van de kooromgang [3]. Verder is er een foto van de voormalige noordelijke ingang van de kerk met ongeveer 17 stenen, waarvan drie geïdentificeerd konden worden met huidige grafzerken in het noordoostelijke deel van de kooromgang [1].

Maar het verlossende antwoord als een soort “Steen van Rosetta” kwam door een van de heer Wim Barneveld ontvangen schets, gemaakt in 1964, van 41 zerken in het zuidertransept van de kerk. Redmer Alma heeft deze gereconstrueerd en verder geanalyseerd. Eén zerk is na de restauratie verdwenen (GDW 1644; Jan Luciens), maar van 24 kon de huidige lokalisatie geïdentificeerd worden, waarvan slechts één nog in het huidige zuidelijk transept te vinden is (3.2.09; GDW 1669; Burgemeester Wichers). Alle andere 23 zijn geplaatst in de kooromgang. Een vergelijkbare schets van de zerken in het noordertransept is niet gevonden. Maar we kunnen extrapoleren en de hypothese maken dat totaal meer dan 50 zerken van het transept naar de kooromgang zijn verplaatst.

 

SCHIP

In 1970 was de restauratie van het koor en de nieuwe Noorderkapel gereed gekomen en konden deze ruimtes weer worden gebruikt. Daarna werd de restauratie van het schip verder aangepakt. Grafzerken in het schip liggen uitsluitend in het transept (dwarsschip) en niet meer onder de houten vloer van het schip. Opvallend is het grote aantal zerken (ongeveer 110) van muur tot muur in het transept, ondanks het overbrengen van een groot aantal naar de kooromgang. Waarschijnlijk zijn veel zerken, gevonden onder de vervangen houten vloer, verplaatst naar het transept. Dit waren er zo veel, dat een aantal zerken buiten de kerk aan de noordzijde is geplaatst [5] en zelfs zeven in de Der Aa-Kerk toen deze werd gerestaureerd [6]. Nog beschikbare ruimte in de kooromgang kon niet meer worden gebruikt.

Er is wel een aanwijzing dat zerken van onder de houten vloer naar het transept zijn verplaatst. In de Beeldbank van de Groninger Archieven is een serie van 18 foto’s aanwezig van 24 zerken en blanco stenen onder de houten vloer. Deze foto’s zijn omstreeks 1970 gemaakt door restauratie architect P.L. de Vrieze. Redmer Alma heeft gereconstrueerd hoe dit gedeelte van de vloer er uit heeft gezien [1]. Dertien zerken liggen nu inderdaad in het transept. De afbeeldingen op twee andere zijn onduidelijk en zijn niet terug gevonden. Vier andere waren wel opgenomen in het GDW-bestand van Pathuis [3], maar zijn na de restauratie niet terug geplaatst. Eén ervan was erg beschadigd maar er zijn mooie foto’s van de andere drie, die helaas tonen dat ze uit twee of meer stukken bestaan. Twee hiervan zijn erg informatief: Pathuis [3] vermeldt dat er twee zerken zijn van Jan Kroll, Capitain Geweldige Deser Provintie en zijn Huisvrou Mariea Ten Post (GDW 1632). De zerk met een mooi wapen is dus niet meer aanwezig, terwijl de andere in twee delen is gehakt en nog aanwezig is in het transept [2; p. 26-27]. De andere zerk die verloren is gegaan is die van William Butler (GDW 1583), waarover recent twee publicaties zijn verschenen [7,8]. Het verlies van deze zerken is een gemis voor de historie van de Martinikerk.

Het is een positief teken dat de Martinikerk op het ogenblik intensief gebruikt wordt voor veel activiteiten. Maar daardoor vindt wel veel slijtage plaats. De leesbaarheid van grafschriften die Pathuis in 1977 [3] nog kon ontcijferen is sterk afgenomen. Hopelijk komt daarvoor in de toekomst een geschikte oplossing.

NOTEN

  1. www.martinikerk.nl/index.php/gebouw (2016)
  2. Kruining M. van et al., 2012. Ferwactende een frolike operstandinge. Begraven in en om de Martinikerk te Groningen door de eeuwen heen. Groninger kerkhoven 10.
  3. Pathuis, A., 1977. Groninger Gedenkwaardigheden.

Pathuis heeft een nummering van Groninger Gedenkwaardigheden

geïntroduceerd met de afkorting GDW, die sindsdien algemeen gebruikt

wordt.

  1. Feith, J.A., et al., 1910, Grafschriften in Stad en Lande (pp.. 114-127). J.B. Wolters’ U.M.

In dit boekje worden 77 zerken vermeld. Van enkele van de oudste

vermeldt Pathuis [3] al dat deze “niet meer aanwezig zijn”. Maar alle

andere zijn nog wel aanwezig (ook de twee die tijdens de restauratie zijn

verdwenen), met uitzondering van GDW 1649; grafnummer 6 (Gerrit van

Swanevelt).

  1. Beintema, J.J., 2014. Grafzerkenveld buiten de muren van de Martinikerk.

Miniatuur 18-1, maart 2014, pag. 7.

  1. 6.   Kruining M. van & M. Brouwer, 2006. “Wensch hem, leezer, zachte rust”.

   Begraven in en om de Der Aa-kerk in Groningen door de eeuwen heen.

   Groninger kerkhoven 4.

  1. 7.   Beintema, J.J., 2014. William Butler, een Schot in dienst van de West-

       Indische Compagnie en begraven in de Martinikerk.

   Miniatuur 18-3, oktober 2014, pag. 3-4.

  1. 8.   Fokken, M & B. Henkes, 2016. Sporen van het slavernijverleden in

   Groningen; Gids voor Stad en Ommeland. Uitgeverij Passage.

_________________________________________________________________

Aanvulling:

GRAFZERKEN in de DER Aa-KERK

 

De Der Aa-Kerk is gerestaureerd van 1976 tot 1985, ook met herplaatsing van de grafzerken.

Dit is uitvoerig gedocumenteerd door restauratie architect L.G. Reker, die ook de huidige plattegrond van zerken met opgave van de oorspronkelijke locaties in het boekje over de grafzerken in de Der Aa-kerk [6] heeft verzorgd. Pathuis [3] vermeldt dat er 46 zerken lagen onder de in 1966 en 1969 vervangen vloeren van vertrekken aan resp. de zuid- en noordzijde van de toren. En ook dat hij in 1964 en 1966 nog drie zerken heeft gezien onder de vloer op andere locaties in de kerk. Deze zerken zijn tijdens de restauratie geplaatst in het koor en de kooromgang van de kerk.

Op de plattegrond van L.G. Reker staan ook de zeven zerken vermeld die afkomstig zijn van de Martinikerk. Daarvan zijn twee geplaatst in het lokaal aan de noordzijde van de toren. De oudste daarvan (GDW 357 uit 1593) is verplaatst naar een andere hoek van het lokaal om plaats te maken voor een goederenlift.